In het eerste levensjaar is melk, zoals borstvoeding of flesvoeding, de belangrijkste bron van voeding Ʃn vocht voor je baby. Extra drinken is in het begin dus nog niet nodig. Pas wanneer je start met vaste voeding, komt er ruimte om kleine beetjes water aan te bieden.
Wanneer begin je met water geven?
Rond de leeftijd van zes maanden kan je starten met het aanbieden van enkele slokjes water. Dit gebeurt meestal tijdens of na een eetmoment. Op die manier leert je baby stap voor stap drinken uit een beker.
Het gaat in deze fase vooral om wennen en ontdekken, niet om grote hoeveelheden.
Hoeveel water heeft een baby nodig?
Tussen zes en twaalf maanden drinken babyās gemiddeld ongeveer 100 tot 300 ml water per dag, naast hun melkvoeding. Dit blijft een richtlijn. De behoefte kan verschillen per baby en hangt onder andere af van voeding, activiteit en temperatuur.
Op warme dagen of wanneer je baby meer vaste voeding eet, kan je merken dat je kindje iets meer wil drinken.
Wat verandert er na ƩƩn jaar?
Na de eerste verjaardag verschuift de balans. Je kindje haalt steeds meer voeding uit vaste producten en heeft in totaal ongeveer ƩƩn liter vocht per dag nodig. Dat komt neer op ongeveer vijf tot zeven bekers per dag, inclusief melk.
Hoe herken je dat je baby extra vocht nodig heeft?
Je baby geeft vaak zelf signalen. Een droge mond, minder natte luiers of donkerdere urine kunnen wijzen op een verhoogde behoefte aan vocht. Door hierop te letten, kan je tijdig extra water aanbieden.
Rustig opbouwen in eigen tempo
Het aanbieden van water hoeft niet in ƩƩn keer veel te zijn. Kleine slokjes verspreid over de dag zijn al voldoende. Door het rustig en zonder druk aan te bieden, leert je baby op een natuurlijke manier drinken.
Door goed te kijken naar je kindje en mee te bewegen met zijn of haar ritme, vind je vanzelf een balans die goed voelt.
Twijfel je of heb je vragen over drinken naast melkvoeding? We denken graag met je mee.




